Familie

Familie

Familie, klein maar fijn zal ik maar zeggen. 2 kinderen, inmiddels mannen, waarmee ik gezegend ben. Mannen ja, want ook al wordt wel eens gezegd dat ik oud wordt, maar hee, zelf zijn ze ook van de vorige eeuw. 1988 (Mike) en 1990 (Remco) zijn hun oprichtingsjaren, en draaien dus ook al wat jaartjes mee op deze aardkloot.

   

Over mijn beste vrienden heb ik eens een gedicht geschreven, ik noem dit “ons erfgoed”.

Kinderen, ons grootste erfgoed,
kinderen, ze groot brengen vergt veel moed.
Je wordt blij van de lach op hun gezicht,
en denkt dan terug aan hun eerste levenslicht.

Hun kleine knuistje, gebald tot een vriendelijk klein vuistje,
in jouw grote hand, zo mooi, het vertederd je.
Diezelfde knuist, groot en sterk, de mannen van nu,
bij hen voel ik me veilig en goed, sodeju.

De zon in al haar felheid, strooiend met haar vitamine d,
valt in het niet bij de vitamine met de hoofdletter V.
Samen lachen, samen huilen, samen door het leven als oudgedienden,
samen, daarom zijn het ook mijn allerbeste Vrienden.

Ik proost op het leven, ik proost op de gulle lach,
die ik zie en ontvang, iedere keer weer, elke dag.
De een met weinig woorden, de ander met veel verve, beide met lef en moed,
weinig woorden of een lang gesprek, zo is het leven, zo is het goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *